Oxytocine, het hormoon dat mens en hond verbind

Elk persoon dat een deel van zijn of haar leven deelt met een hond is overtuigd van de uitzonderlijkheid van deze band, welke is gebaseerd op onvoorwaardelijke loyaliteit. Maar net als de communicatie tussen kat en mens kan ook de mysterieuze alchemie tussen hond en mens wetenschappelijk worden uitgelegd. Uit een onderzoek vanuit Azabu University in Japan is gebleken dat een gedeelde blik tussen mens en hond genoeg is om het oxytocine niveau te doen verviervoudigen bij zowel mens als hond.

 

Oxytocine, het sociale hormoon.

Liefdevolle gebaren en blikken vol betekenis zijn slechts enkele gedragingen welke gereguleerd worden door het menselijke hormoon oxytocine. Het informeel genoemde ‘liefdeshormoon’ heeft als belangrijke functies, het aanmoedigen van sociaal gedrag tussen wezens binnen de zelfde soort maar ook daar buiten, zorgen voor directe gevoelens van persoonlijke voldoening maar nog belangrijker het efficiënt verzorgen van baby’s om zo het voortbestaan van de diersoort te versterken. Met de kennis van deze belangrijke functies is het Japanse team van wetenschappers, onder leiding van Miho Nagasawa, zich gaan focussen op hoe dit de relatie tussen mens en hond beïnvloed.

 

Het experiment, de vergelijking tussen mens en hond bij kijken, spreken en knuffelen.

Het onderzoek begon met het afnemen van urinemonsters van 21 mens-hond paren. Deze monsters werden voor en na vormen van interactie tussen de mens-hond paren genomen, beginnend bij kijken, vervolgens spreken en daarna aaien en knuffelen. Na elke interactie was de stijging in de oxytocine waardes van elk paar ongeveer hetzelfde percentage. Vanuit een statistisch oogpunt was de stijging na de interactie gebaseerd op kijken echter het meest significant. De tweede fase, bestond ook uit het nemen van urinemonsters, echter werd de manier van interactie aangepast. De honden kregen, voordat ze in contact kwamen met hun baasjes, oxytocine en andere inerte middelen nasaal ingediend. Vervolgens werden de viervoeters, met nu een verhoogde hormoonspiegel, in een ruimte gelaten waarin twee vreemde mensen waren samen met het baasje. Het baasje was vooraf geïnstrueerd de interactie met de hond te beperken tot alleen oogcontact. Vanaf dit punt bleek dat voornamelijk vrouwtjes aandacht hielden bij het baasje, wat de natuurlijke aanleg van het verzorgen van puppy’s bevestigd. De mannetjes hadden echter, na het toedienen van oxytocine, een verscherpte focus op de vreemden in plaats van het baasje.

In het licht van deze bevindingen komt de evolutionaire verklaring wederom tot de redding. Tijdens soortgelijke onderzoeken met, door mensen gefokte, wolven bleken soortgelijke stijgingen in hormoonspiegels niet voor te komen. Daarom zou de lange co-existentie van hond en mens de oorzaak kunnen zijn van dit fenomeen. Allicht verkleint dit het verschil in band tussen hond en baas met die van een moeder en kind.