Opgroeien met een hond is gezond: het onderzoek

Opgroeien met een hond is grappig, intens emotioneel en zelfs gezond! Dit belangrijke aspect in de relatie tussen hond en mens is bevestig in een recent onderzoek door wetenschappers van the Bassett Medical Center in Cooperstown, New York. De hoofdrolspelers in dit bijzondere onderzoek zijn kinderen, die waarschijnlijk voordelen halen uit het contact met honden.

 

Het onderzoek: kinderen met of zonder huisdier in vergelijking

 Tijdens een check-up werden de ouders van kinderen tussen de 4 en 10 jaar gevraagd een vragenlijst in te vullen. De vragenlijst bevatte vragen over verschillende onderwerpen (gezondheid, voeding en voorkomen van ongelukken) en het viel op dat 370 kinderen een huisdier hadden en 273 niet. Beginnend bij dit feit ontdekten zij dat 12% in de groep van kinderen met huisdieren positief scoorden op een screening voor angsten. Daarentegen was bij de groep kinderen zonder honden dit percentage bijna dubbel zo hoog, namelijk 21%. Dit is verhelderend bewijs, opgesomd op deze wijze door de auteur van het onderzoek, dokter Anne Gadomski: ‘We hebben echt ontdekt dat kinderen in huizen met een hond lagere waardes in angstpunten hebben in vergelijking met kinderen in huizen zonder hond’.

 

Kinderen en Angststoornis: de rol van het huisdier

 Helaas zijn angsten aandoeningen die zeer normaal zijn: het komt voor bij honden, katten en natuurlijk mensen van elke leeftijd. Kinderen zijn hier niet vrij van en meer dan 13% van kinderen tussen de 9 en de 17 jaar hebben er last van. Sommige types van angst zijn strikt verbonden aan het kind zijn – bang zijn voor het donker, monsters, storm, verlatingsangst – en hebben consequenties op het leven van het kind, het beschadigd vooruitgang op school en het sociale leven en vergroot de kans op drugsmisbruik.

Hoe kan een huisdier helpen in deze gevallen? De geruststellende aanwezigheid van een trouwe viervoeter tijdens de nacht kan de angst van alleen slapen verminderen, het dagelijkse contact met een hond of ander huisdier kan geassocieerd worden met een echte vriendschap waarin dialogen met woorden en aaien niet alleen angsten verminderen maar het maakt de kinderen zekerder dankzij een ander figuur waarin het onvoorwaardelijk vertrouwen heeft.

Zelfs al zijn geleerden voorzichtig in hun conclusies – ‘Verdere onderzoeken moeten bewijzen of deze associatie causaal is, en zo ja op welke manier kan en hond angsten verminderen bij het kind zijn’ – is dit niet genoeg aanmoediging voor sceptische ouders om een huisdier te adopteren?