Knuffel de hond: ‘zijn oogpunt’

Onweerstaanbare ogen, zachte vacht om te aaien en de hypnotiserende bewegingen van de start: het knuffelrisico is altijd aanwezig voor de eigenaar van een hond. Een knuffel tussen mensen en zelf primaten is een teken van affectie, verwantschap en vertrouwen: maar geld dat ook voor honden? Dr. Maria Grazia Calore, dierenarts en gedragsexpert, helpt ons te verduidelijken wat de risico’s van dit stereotypische gedrag zijn.

Fenomenologie van de knuffel: de betekenis voor honden

Wanneer we onze hond een knuffel geven grijpen we een deel van het lichaam dat vol zit met communicatieve betekenissen voor de viervoeter. Dat deel heet de schoft, het gedeelte van de schouders achter de nek

Dit gebied wordt door een hond gebruikt om superioriteit te willen tonen binnen een hiërarchie door hier de snuit of een poot op plaatsen. Het is een concrete en intimiderende manier van duidelijk maken dat de andere hond “plaats moet maken” voor hem.

Het is dus precies het omgekeerde van affectie of de wens in contact!

Blijkbaar tolereren veel honden onze knuffels maar als we goed opletten, kunnen we enkele tekenen van stress of ongemak herkennen: wegkijken, de snuit uit de buurt houden, de neus likken of piepend ademhalen. In deze gevallen ziet de hond ons als gelijke die in plaats van te stoppen, door gaat met intimiderend gedrag!

Als de situatie onhandelbaar wordt voor de hond – bijvoorbeeld wanneer de het verblijft op een onbekende plek of dicht bij andere dieren of mensen – kan het agressief gedrag vertonen zoals grommen of in het ergste geval bijten.

De ‘perfecte’ knuffels voor de hond

Als we de hond echt een knuffel willen geven zoals hij het lekker vindt, moeten we letten op een aantal dingen. Ten eerste, plaats uw handen niet vanaf boven maar aai hem vanaf de onderkant van de snuit. Probeer het te vermijden dat u de hond met de vingers prikt, dit lijkt namelijk op een kleine beet en kan een hond aansporen tot spelen of hem irriteren als hij geen toenadering wil.

Vervolgens is het beter om de achterkant van de hand te gebruiken in plaats van de palm om de hond te aaien: op deze manier wordt de aanraking geassocieerd met een liefdevolle lik. Om verassingen te voorkomen kunnen we een hond het beste eerst aaien op een “neutrale zone” zoals de heupen of de borstkas, om zo te zien of een hond het contact wel bevalt: als we zeker weten dat de hond het goed vindt, kunnen we de nek en het hoofd aanraken zonder risico van misverstanden.